Roze in beeld

Les: Duits

Berlin, Berlin
Les 1: Opdrachten bij deze les
Les 2: Berlin, Berlin in breder perspectief (deel 1)
Les 3: Berlin, Berlin in breder perspectief (deel 2)
Les 4: Vrijheid, emancipatie en nabespreking

Berlin, Berlin

Berlin, Berlin is een door de Duitse zender ARD geproduceerde televisieserie welke van 2002 tot 2005 door deze zender werd uitgezonden. Berlin, Berlin vertelt het verhaal van Lolle (Felicitas Woll) die na haar eindexamen vanuit een klein dorp in Noord Duitsland naar Berlijn vertrekt. In eerste instantie om haar vriend Tom te volgen, die net hun relatie per brief heeft beëindigd.

Berlin Berlin
Berlin, Belin

In Berlijn woont zij bij haar neef Sven (Jan Sosniok) en ontmoet zij op een aparte manier Rosalie (Sandra Borgmann). Oude liefdes van beiden zorgen ervoor, dat zij een gezamenlijk doel hebben. Nadat Lolle besloten heeft om in Berlijn te blijven wonen, beleeft zij veel (liefdes)avonturen in de grote stad en raken Rosalie en zij bevriend. Berlin, Berlin kon sinds de eerste uitzending, zowel onder kijkers als critici, rekenen op positieve kritieken. In Nederland werd de serie van 2007 tot 2010 bij de NCRV uitgezonden.

Personages — De belangrijkste personages in Berlin, Berlin zijn:

Lolle (Hoofdrolspeelster / Protagonistin) — Lolle heeft eindexamen gedaan en is (was) in een relatie met haar vriend Tom. Zij verlaat het ouderlijk huis en het dorp in het noorden van Duitsland en gaat naar Berlijn. / Lolle ist Abiturientin und ist (war) in einer Beziehung mit ihrem Freund Tom. Sie zieht weg aus dem Dorf im Norden Deutschlands nach Berlin und verlässt damit ihre Eltern.



Hoe Felicitas Woll / 'Lolle' als tiener ontdekt werd. (Interview met Markus Lanz, mei 2013)

Sven (Neef /Cousin) — Sven is Programmeur en heeft een woongemeenschap in Berlijn. Hij heeft een zoon die niet bij hem woont. In zijn woning woont een vriend (genaamd Hart). Lolle en later ook Rosalie trekken bij hem in. De WG heeft nu vier leden. / Sven ist Programmierer und hat eine Wohngemeinschaft (WG) in Berlin. Er hat einen Sohn der nicht bei ihm wohnt. In seiner Wohnung wohnt ein Freund (namens Hart). Lolle und später auch Rosalie ziehen bei ihm ein. Die WG hat jetzt vier Mitglieder.

Rosalie — Rosalie ist toneelspeelster en had voor kort een realtie met haar vriendin. Deze vriendin heeft nu iets met de (ex-) vriend van Lolle. Rosalie war bis vor kurzem in einer Beziehung mit ihrer Freundin. Diese Freundin hat jetzt etwas mit dem (Ex-)Freund von Lolle.

Sandra Borgmann als 'Rosalie'
Sandra Borgmann als 'Rosalie'

Sandra Borgmann omschrijft het personage 'Rosalie' in een interview als volgt: 'Rosalie ? das ist eine toughe, abgehärtete Ossi-Braut mit großer Schnauze und einem riesigen Herz. [...] Es hat einige Zeit gebraucht, bis ich wusste, wie Rosalie funktioniert. Aber ich mag Figuren, die sehr anders leben als man selbst und arbeite gern mit dieser Distanz.'

Nieuwsgierig naar Berlin, Berlin? Een fragment vind je hieronder.

Die 1. Stunde - Les 1. Opdrachten bij deze les:

Probeer tijdens het kijken van Berlin, Berlin aantekeningen te maken zodat je de vragen na afloop van de eerste aflevering makkelijk kunt beantwoorden.

A. Woonvormen
Welke woonvormen komen we in deze aflevering tegen?
Noem minstens drie voorbeelden met betrekking tot hoe mensen leven in deze aflevering.

B. Scene Dakterras
Tijdens de scene op het dakterras noemt Sven drie verschillende buren. Wie zijn dit?

C. Eigen mening
Hoe vind je het, dat er verschillende woonvormen bestaan?
Kun je redenen noemen die zorgen voor verschillende woonvormen?

Appartementenblok in Berlin Kreuzberg
Appartementenblok in Berlin Kreuzberg - Wie wonen er achter de deuren?

2. Tijd over? Discussie in het Duits in groepjes.

Lolle kiest ervoor om naar Berlijn te verhuizen en het ouderlijkhuis te verlaten.
Wat zou jij over een paar jaar doen na de middelbare school?
Blijf je bij je ouders wonen of wil je op kamers?
Noem minimaal drie standpunten om op jezelf te gaan wonen of juist om thuis te blijven wonen. Een combinatie van standpunten kan natuurlijk ook.

Tip: zoek steekwoorden op in het Duits en formuleer daar zinnen om heen.

Formuleringen die je kunt gebruiken om redenen uit te drukken:
een reden ein Grund
allereerst … verder … erstens … dazu …
een reden kan zijn, dat … ein Grund kann sein, dass …
tenslotte zou kunnen, dat … schließlich könnte es sein, dass …

3. Huiswerkopdracht:

Wat komen we over Lolle te weten tijdens deze aflevering?
Noem minstens vijf punten en schrijf in het Duits een verhaal over haar (en/of haar belevenissen) in de eerste aflevering van minimaal 100 woorden.

Die 2. Stunde - Les 2: Berlin, Berlin in breder perspectief (deel 1)

Doelen en activiteiten:

-Ingaan op begrippen pluriforme samenleving, vooroordeel, stereotype en referentiekader;
-Praten over beeldvorming homoseksualiteit (aan de hand van vooroorden, stereotypen en referentiekader).

Begrippen

De volgende begrippen zijn in deze les van belang:

Pluriforme samenleving — Gekeken naar de pluriforme samenleving in Nederland kan gezegd worden dat het gaat om een samenleving waarbij we met veel verschillende mensen door elkaar wonen in een klein land, en hoe dit goed gaat, goed kan blijven gaan en soms ook niet goed gaat. Pluriform betekent veelvormig, ook wel multicultureel, en daarmee denken we vaak alleen Hollanders, Marokkanen, Antillianen, etc., maar hiermee bedoelen we ook boeren en stedelingen, jong en oud, rijk en arm, homo en hetero etc. Of al deze verschillende mensen op een prettige, goede manier samenleven hangt voor een groot deel af van hoe we over elkaar denken en hoe we naar elkaar kijken, Dat bepaalt namelijk of we de ander respecteren en dus of hij of zij zichzelf mag en kan zijn.

Vooroordeel — Een oordeel dat voorafgaat aan de daadwerkelijke waarneming.

Stereotype — Vast beeld van iets of iemand dat niet helemaal met de werkelijkheid overeenkomt.

Referentiekader — Geheel van waarden, normen en opvattingen dat iemand heeft gevormd op basis van onder andere ervaringen. Dit kader bepaalt hoe hij, vaak onbewust, dingen waarneemt en beoordeelt.

Berlin Kreuzberg
Verschillende mensen op een brug in Berlin Kreuzberg - Wat houdt hen bezig?

4. Fragment dakterras

Tijdens het fragment op het dakterras waarin enkele buren worden beschreven vraagt Lolle aan Sven: “Und die Kennst die?”
Hierop antwoordt hij: “Ach mit denen habe ich noch nie geredet.”

Wat kun je hieruit concluderen?

De volgende vragen gaan over de begrippen vooroordeel, stereotype en referentiekader.

Rosalie is een lesbisch personage in Berlin, Berlin. In deze aflevering komen we enkele uitspraken met betrekking tot homoseksualiteit tegen:

Naast ‘die zwei Schwule’ zoals Sven zijn buren omschrijft, komen we ook tegen:

-I. Rosalie tegen Lolle: “Hast du ein Problem damit?” (Of Lolle er problemen mee heeft, dat Rosalie lesbisch is.)

-II. Lolle over Bernadette (tegen Rosalie): “Vielleicht braucht sie (=Bernadette) einfach mal einen richtigen Mann!”

-III. Lolle tegen Rosalie: “Pass bloß auf was du sagst du Lesbenkuh!” (=lesbische koe) We bekijken bovenstaande fragmenten nogmaals. Bij vraag 5 praten we verder over deze fragmenten.

We bekijken bovenstaande fragmenten nogmaals.

Bij vraag 5 praten we verder over deze fragmenten.

5. Discussie in groepje over fragmenten.

I. Rosalie ontmoet Lolle. Al snel wordt duidelijk, dat Rosalie lesbisch is. Ze vraagt Lolle: “Hast du ein Problem damit?” (Fragment I)

a) Hoe zou jij reageren als iemand in jouw omgeving jou zou vertellen dat hij/ zij homo/lesbisch is?

b) Waarom hebben mensen moeilijkheden of juist geen moeilijkheden met betrekking tot het thema homoseksualiteit? Noem twee mogelijke redenen waarom mensen problemen hebben hiermee en twee mogelijke redenen waarom zij hier geen problemen mee hebben.

Fragment II. “Vieleicht braucht sie einfach mal einen richtigen Mann!”

c) Wat wil Lolle met deze uitspraak zeggen?

Fragment III. “Pass bloß auf was du sagst du Lesbenkuh!” d) Waarom gebruikt Lolle het scheldwoord ‘Lesbenkuh’? Waarom niet alleen ‘Kuh’?

6. Uitspraak over buitenlander

Ook Sven omschreef zijn buitenlandse buurman met een bepaald woord: ‘Mohammedaner’.

a) Was betekent dit woord ?

b) Waarom gebruikt hij dit woord?

c) Is het fair, dat hij dit woord gebruikt? Beargumenteer je antwoord.

7. Scheldwoorden, betekenis en vooroordelen

Scheldwoorden hebben een negatieve klank. Het gebruik van het soort scheldwoorden verschilt per cultuur. Er zijn verschillende ‘categorieën’ denkbaar. Zo zijn er in het Nederlands scheldwoorden die betrekking hebben op een ziekte (kanker, tyfus, etc.), op seksualiteit, bijvoorbeeld ‘hoer’ of ‘kut’, of gerelateerd aan het ‘zijn’: ‘homo’, ‘mokkro’, of 'zwakzinnigheid‘ mongool’ of ‘imbeciel’ of vrij algemeen een negatieve status uitdrukken: ‘sukkel’, ‘loser’, ‘mietje’.

a) Welke scheldwoorden gebruik jij in het Nederlands en wat betekenen deze?

b) Wat voor uitwerking hebben scheldwoorden op diegenen die (door jou of door iemand anders) worden uitgescholden?

c) Wat is, als je het woord ‘homo’ of ‘lesbisch’ hoort de eerste gedachte die je te binnen schiet?

d) Wat vind je van uitspraken als ‘kut Marokkaan’ of ‘Turk’?

e) Welke clichés of vooroordelen zijn er volgens jou over homo’s? En welke over buitenlanders? Waarom bestaan deze gedachten?

Afronding:
Maak een mindmap van begrippen of woorden die je in deze les het belangrijkste vond.

mindmap
Voorbeeld van een mind map

8. Huiswerkopdracht (ter voorbereiding op de volgende les):

Welke bekende Nederlanders ken je die homoseksueel zijn?
Is homoseksualiteit aanwezig in de Nederlandse media? Bijvoorbeeld in soaps, reclame, talkshows, lifestyleprogramma’s, etc.
Noteer de dingen die je weet en neem het mee naar de volgende les.

Die 3. Stunde - Les 3: Berlin, Berlin in breder perspectief (deel 2)

Doelen en activiteiten:

-Spreken over vooroordelen met betrekking tot homoseksualiteit n.a.v. Berlin, Berlin;
-Spreken over homoseksualiteit in Nederlandse series;
-Schrijven in het Duits over Lolle haar pluriforme omgeving en/of Titelsong Berlin, Berlin

In deze les gaan we verder in op vooroordelen en beeldvorming.

Vooroordeel — Een oordeel dat voorafgaat aan de daadwerkelijke waarneming.

Beeldvorming — De manier waarop een beeld van iets of iemand ontstaat (in de media). Dit beeld berust niet altijd op de werkelijkheid.

Terugblik op vorige les: Vooroordelen t.o.v. homoseksualiteit.
Welke vooroordelen hadden we vorige les gevonden?
Je gaat aflevering twee bekijken. Vervolgens gaan we in op de vragen 9,10 en 11.

U-Bahn>
Verschillende mensen in de Berlijnse U-Bahn

9. Ziet Rosalie er volgens jou ‘typisch lesbisch’ uit?

Licht je antwoord toe.

10. Kijken we naar de passages die gaan over homoseksualiteit in deze aflevering, dan komen we de volgende uitspraken tegen.

-Hart tegen Rosalie: “Bist du die Lesbe?” (ong. 2.50)
-Sven tegen Hart: “Dann gibt es ein Problem, die ist eine Lesbe!” (ong. 9.30)
-Hart tegen Sven: “Es gibt doch keine Probleme, nur Herausforderungen!” (ong. 9.40)
-Lolle tegen Rosalie: “Gut geknutscht Lesbe!” (ong. 11.40)

Hoe zijn bovenstaande citaten op te vatten, positief, negatief of neutraal? Verklaar je mening.

11. Hoe ontwikkelt zich de band tussen Lolle en Rosalie als we de vorige aflevering met die van vandaag vergelijken?

Licht je antwoord toe.

12. Homoseksualiteit in eigen omgeving.

Hoe zou jij het vinden als een vriend of vriendin je vertelt dat hij of zij homo of lesbisch is? Zou dit de vriendschap tussen jullie veranderen?
Je kunt naar de film uitgesproken kijken die op www.rozeinbeeld.nl staat.

13. Beeldvorming in Berlin, Berlin.

Berlin, Berlin werd in de periode 2002-2005 in Berlijn opgenomen.
Hoe vind je de duidelijke vertoning van Rosalie als lesbische?
Wat zou jij als producer qua beeldvorming juist wel of niet doen, als je een homoseksueel personage in een serie zou hebben? (Clichés of juist niet?)
(Om Rosalie weer even in herinnering te krijgen kun je onderstaand fragment bekijken. Er zijn ook andere fragmenten te vinden via Youtube.)


Verschillende fragmenten van Rosalie.

14. Homoseksualiteit in Nederlands televisielandschap.

Ken je Nederlandse series waarin er homoseksuele personages zijn?
Hoe worden zij neergezet?
Wat vind je van de manier waarop zij worden neergezet?
Welke verschillen en/of overeenkomsten tussen Berlin, Berlin en de Nederlandse serie(s) zijn er?
Ter inspiratie kan je naar fragmenten op de Tijdlijn kijken van www.rozeinbeeld.nl

15. Homoseksualiteit in het dagelijks leven.

Volgens schattingen is tussen de vijf en tien procent van de bevolking homoseksueel.
Is deze zichtbaarheid ook terug te zien in het dagelijks leven? Bijvoorbeeld op televisie, maar ook als je door de stad loopt of mensen die je kent in je omgeving of de omgeving van je ouders? Kun je deze (on)zichtbaarheid verklaren?

16. Huiswerkopdracht (schrijven).

Je kunt kiezen uit opdracht a) of b):

a) Lolle en haar pluriforme omgeving
Lolle woont sinds kort in Berlijn. Ze is in een totaal andere omgeving dan hoe ze dit bij haar ouders gewend was. Zo woont ze in een woongemeenschap met naar neef die zijn zoon minder kan gaan zien, haar relatie is uitgegaan en ze heeft een lesbische vriendin leren kennen. Lolle woont als het ware duidelijk in een pluriformere omgeving dan voorheen. De mensen die nu dicht bij haar staan zijn nu erg verschillend en leven ieder op een eigen manier.

Hoe denk je dat deze nieuwe omgeving Lolle ten opzichte van haar oude omgeving bevalt?

Schrijf een tekst van ongeveer 100 woorden in het Duits. Schrijf daarin hoe je denkt, dat ze haar oude omgeving ervoer en hoe ze haar nieuwe omgeving ervaart.

Woorden die je hierbij zou kunnen gebruiken zijn: Froh – langweilig – Abenteuer –erwachsen - Eltern – Verantwortung.

b) Interpretatie titelsong

Titelsong
‘Never give up the dreams you have!’
‘Never stop living for yourself!’
‘Always believe in what you are!’

Hoe kun je de titelsong interpreteren? Beschrijf in ongeveer 100 woorden een interpretatie voor Lolle en ook voor Rosallie (50 woorden per persoon).

Woorden die je hierbij zou kunnen gebruiken zijn: Glücklich sein – Träume verwirklichen – dich selbst sein – träumen- Hoffnung- Zukunft – sich trauen- froh sein – sich schämen -

Hoe denk je over je eigen leven?
Wie ben jij?
Heb je bepaalde dromen?

Alexanderplatz
Alexanderplatz: Een van de drukste pleinen van Berlijn.

Die 4. Stunde - Les 4: Vrijheid, emancipatie en nabespreking

Doelen en activiteiten:

-Zoeken en verwerken informatie over homo-emancipatie;
-Praten over homo-emancipatie;

Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn miljoenen mensen uit heel Europa afgevoerd naar concentratiekampen in Nazi-Duitsland. Gevangenen werden door de nazi’s ingedeeld in verschillende categorieën aan de hand van tekens op de kleding. Het betroffen niet alleen joden, maar bijvoorbeeld ook zigeuners en homoseksuelen. Meer informatie vind je bijvoorbeeld hier:

Merktekens in Duitse concentratiekampen - Wikipedia

17. Merktekens in concentratiekampen

Zoek uit via bovenstaande link hoe homo’s gekenmerkt werden. Noteer nog twee andere groepen, waarvan je niet wist hoe deze gekenmerkt werden.

Vandaag de dag leven we in Nederland in vrijheid en genieten we relatieve gelijkheid. Dit geldt echter nog niet altijd voor bepaalde groepen in onze samenleving. Het proces waarin gelijkheid wordt nagestreefd wordt aangeduid met het begrip emancipatie.

Emancipatie: — Het streven naar en het toestaan van gelijke rechten voor achtergestelde groepen.

Emancipatie van groepen, of het nu gaat om gelijkstelling van vrouwen aan mannen, om de gelijkstelling van verschillende volkeren in een land, of om de gelijkstelling van homo’s aan hetero’s, is een langdurig proces en is vaak onder te verdelen in verschillende fases. Voor de emancipatie van homo’s in Nederland is dit globaal als volgt:

• Tijdens de eerste fase (eind negentiende eeuw tot begin jaren ‘70 van de afgelopen eeuw) was er verzet tegen discriminatie door de wet en het strafbaarheid van homoseksualiteit. Het ging er dus om, dat homoseksuelen niet per definitie al door wetgeving als achtergestelde groep werden gezien.

• Tijdens de tweede fase (vanaf eind jaren ’60) ging het om het verkrijgen van gelijke rechten. Homo’s en lesbo’s wilden als het ware dat de overheid ook oog voor hen had. Deze plek kregen ze in 2001 doordat homo’s, net als hetero’s, konden trouwen. Nederland was overigens het eerste land ter wereld waar dit mogelijk was.

• De derde fase (begonnen begin deze eeuw en nog steeds voortdurend) kenmerkt zich door het realiseren van sociale acceptatie (dus acceptatie door de maatschappij) met betrekking tot homoseksualiteit.

Op dit moment bevindt de homo-emancipatiegolf zich in de derde fase.

Regenboogvlag
De regenboogvlag: symbool van o.a. de homobeweging en vredesbeweging

18. Sociale acceptatie.

Op welke manier kan sociale acceptatie volgens jou worden gerealiseerd?
Ken je andere groepen in de samenleving waarvoor geldt, dat sociale acceptatie bevorderd moet worden?
Welke groepen zijn dit en hoe kan de acceptatie voor deze groepen volgens jou worden verbeterd?

19. Homo-emancipatie in Nederland.

Hoe heet de organisatie die in Nederland emancipatie van homo’s nastreeft?
Welke activiteiten voeren zij uit?

20. Vrijheid en jij!

Denk na over het begrip vrijheid. Wat betekent dit begrip voor jou en hoe probeer je vrijheid voor jezelf te bewerkstelligen?

Afronding en nabespreking.